2015 - Warmte- en koude-opslag (WKO)

Home > Nieuws > 2015 - Warmte- en koude-opslag (WKO)

Onze ‘zorg voor vastgoed’ betekent dat wij onze klanten een grote diversiteit aan diensten kunnen aanbieden. De markt vraagt steeds meer om duurzaamheid, waardoor er bijvoorbeeld vaker wordt gekozen voor renovatie in plaats van nieuwbouw. Ook bij renovatie speelt duurzaamheid weer een prominente rol, niet alleen in de keuze voor de juiste materialen, maar ook in de total cost of ownership. Hierbij spelen niet alleen de variabele kosten een grote rol, maar ook de technische installatie die bepalend is voor de EPA-berekening en daarmee het energielabel. Duurzame installaties zijn steeds rendabeler geworden. Voor Heko is het belangrijk ook op dit gebied onze klanten van goed advies en de juiste installatie te voorzien. Met onze ketenpartner FlexAir leveren wij hoogwaardige adviezen en installaties; Wim Mulders is het aanspreekpunt.

Natuurlijke bronnen In watervoerende lagen in de bodem kun je uitstekend warmte en kou opslaan. ‘s Zomers gebruikt men het koude grondwater om gebouwen te koelen. Dit opgewarmde water wordt opgeslagen in de bodem tot het in de winter opnieuw wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. Het koelen met grondwater kan bij wijze van spreken direct. Voor verwarming wordt een brine (pekel)/water-warmtepomp op de bron aangesloten. Deze techniek levert besparingen op van 95 procent (koeling) en 60 tot 70 procent (verwarming), waarbij de vaak noodzakelijke bouwkundige maatregelen zijn meegerekend.

De eventuele energiebesparing hangt sterk af van de gesteldheid van de bodem. Bepalend zijn de dikte van watervoerende pakketten en de doorlatendheid van de bodem. Water kan alleen uit zandpakketten gehaald worden. Gebieden met dikke zandpakketten met grove korrels leveren veel water; hier zijn WKO-systemen zeer rendabel. Als er slechts dunne lagen beschikbaar zijn, zijn systemen duur en minder rendabel.

Twee systemen Open grondwatersystemen (doubletten en monobronnen met opslag en recirculatie) staan in open verbinding met watervoerende pakketten en gebruiken grondwater dat via een beperkt aantal buizen wordt gewonnen en geïnfiltreerd. Het grondwater wordt via een warmtewisselaar geleid om daarna weer in de bodem te worden geïnfiltreerd. Het onttrekken en infiltreren gebeurt op enkele tientallen tot ruim tweehonderd meter diepte, afhankelijk van waar zich een geschikt watervoerend pakket bevindt. Bij doubletten worden twee bronnen op enige afstand (zo’n 100 meter) geboord en worden filters in beide bronnen afgesteld. Het water wordt in de zomer uit de zogenaamde koude bron opgepompt, de kou wordt aan het gebouw of proces afgegeven. Het opgewarmde water wordt daarna in de andere bron (de warme) ingebracht. In de winter wordt het warme water opgepompt en wordt deze warmte afgegeven aan een warmtepomp. Het hierdoor afgekoelde water wordt daarna weer in de koude bron opgeslagen.

Een monobron werkt volgens hetzelfde principe. Hierbij is er echter maar één bron(boring). De koude en warme voorraad worden hierbij niet op enige afstand naast elkaar, maar boven elkaar opgeslagen. Aangezien hierbij slechts één bron(boring) nodig is, zijn deze systemen goedkoper en daarom rendabeler. Dit systeem kan direct naast een gebouw geplaatst worden. Hiermee wordt een WKO ook haalbaar voor kleinere projecten.

Gesloten bodemwarmtewisselaars staan niet in open verbinding met grondwater, maar maken gebruik van water met een antivriesmiddel (veelal een glycoloplossing) dat wordt rondgepompt door een gesloten systeem in de bodem. Het systeem bestaat uit U-vormige buizen van polyethyleen, zogenaamde collectoren, die in een boorgat worden geplaatst.

De thermische energie in de bodem wordt door geleiding via de buiswanden overgedragen aan het medium in de warmtewisselaar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een horizontale, ondiepe variant en een verticale, diepe variant. Gesloten bodemwarmtewisselaars kunnen tot een diepte van tientallen tot meer dan twee honderd meter reiken. Dergelijke systemen zijn over het algemeen kleinschaliger dan open systemen en worden vooral in woningbouw, scholen en kleine utiliteitsbouw toegepast.

‘s Zomers thermische energie opslaan in de bodem heeft bij dergelijke kleine (woonhuis)systemen vaak geen zin, de grondwaterstroming heeft het mogelijk al afgevoerd voordat het opnieuw gebruikt kan worden. Op korte termijn de opgeslagen warmte weer gebruiken voor tapwaterbereiding heeft wel nut. De grens van het verplicht regenereren ligt bij meer dan 70kW onttrekking per jaar.

Geschiktheid van een gebied voor ondergrondse energieopslag Niet elk gebied is geschikt voor ondergrondse energieopslag. De potentiële toepassing van ondergrondse energieopslag wordt niet alleen beïnvloed door bovenstaande fysisch-chemische eigenschappen van de ondergrond, maar ook door de plaatselijke wet- en regelgeving.

Wet- en regelgeving In Nederland staan rijk, provincies en gemeentes niet afwijzend tegenover ondergrondse energieopslag, gezien de energiebesparing en CO2-reductie. Ondergrondse energieopslag kan echter een grote invloed hebben op de (ondergrondse) omgeving. Deze negatieve effecten, die genoemd worden als toetsingscriteria in de Waterwet en de Wet Bodembescherming, zijn onder andere:

  • verspreiding van bestaande bodemverontreiniging door de werking van het systeem;

  • vermindering van natuurwaarden door negatieve effecten op de grondwaterstand;

  • negatieve beïnvloeding grondwateronttrekkingen;

  • negatieve beïnvloeding van andere ondergrondse energieopslagsystemen.

    Op sommige plaatsen zijn WKO-systemen niet toegestaan of er worden hieraan nadere voorwaarden gesteld. Toepassing van koude-warmteopslag is verboden in waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening en gebieden met een boringvrije zone.

Terug naar overzicht

Inloggen

Dit gedeelte is beveiligd, u dient in te loggen
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten? Klik hier

Wachtwoord vergeten

Dit gedeelte is beveiligd, u dient in te loggen
Vul uw gebruikersnaam of e-mail in om uw wachtwoord te herstellen